arrow_drop_up arrow_drop_down

Duwen en trekken Kim! Het loopt het op rolletjes!

Buiten is het 27 graden, binnen staat de Tour de France aan. “Het blijft onrustig in het peloton. Ondanks het mooie weer is het duwen en trekken’, aldus de NOS-verslaggever. Ik heb niets met wielrennen, maar die opmerking sluit mooi aan bij dit blog dat ik aan het schrijven ben. Want ook in de ondersteunende diensten in zorg en welzijn is het regelmatig duwen en trekken.

In mijn adviespraktijk krijg ik met enige regelmatig vragen over bijvoorbeeld het rijden met een medicijnkar, broodbuffetwagen of een kar van de Centrale Sterilisatie Afdeling. Hoe zwaar mag die zijn? Is het duwen of trekken acceptabel?

Praktijkrichtlijnen

Als je als ErgoCoach deze vragen krijgt, dan zijn de Karvragen, de Rijregels en de Praktijkrichtlijnen hulpmiddelen die je prima kunt gebruiken bij de beoordeling. Ook de Richtlijnen manueel verplaatsen van lasten (A. Mital e.a.) zijn goed bruikbaar. Het nadeel is echter dat de uitkomsten soms acceptabel lijken, maar dat andere factoren die een rol spelen niet zichtbaar worden. Je moet namelijk altijd kijken naar het hele proces waarbinnen de handeling plaatsvindt. En hoe kan je dat nou in kaart brengen en beoordelen?

KIM-tool

Zelf gebruik ik daar de KIM-tool Trekken en duwen voor, een relatief eenvoudig instrument waarmee je trekken en duwen objectief inzichtelijk maakt. De KIM (Key Indicator Method) kan je op de werkplek toepassen en is gebruiksvriendelijk en snel. Aan de hand van twee voorbeelden laat ik zien hoe de KIM je kan helpen.

1) In een ziekenhuis werd besloten om patiënten het eten anders aan te bieden. Een van de gevolgen was de aanschaf van andere voedingskarren. Wat voor soort kar moest dat worden?

De opdrachtgever was van plan om manuele (niet-gemotoriseerde) voedingskarren aan te schaffen. Met de KIM bracht ik de manier van werken met de kar in kaart. Daaruit bleek al snel dat met een manuele kar de fysieke belasting in het proces ver boven de norm uitkwam.

2) In een verzorgingshuis kregen medewerkers nek- en schouderklachten door het rijden met medicijnkarren. De kar was niet erg zwaar, maar uit de KIM werd duidelijk dat er toch sprake was van fysieke overbelasting. Die werd veroorzaakt door aspecten als vaak starten en stoppen, grote afstanden, zachte vloerbedekking, het soort wielen en handgrepen. Uit de Kim werd ook duidelijk dat alleen een harde vloerbedekking het probleem kon oplossen. Dat was echter niet mogelijk. De opdrachtgever heeft toen besloten om de medicatie op de kamer te plaatsen.

Kortom, met de KIM-tool krijg ik beter zicht op het hele proces en kan ik beter zien wat het effect is van een bedachte oplossing. Nu nog even checken of het Tour-peloton er iets aan heeft.

Credits afbeelding: http://www.freepik.com">Designed by D3Images / Freepik
Over de schrijver
Jeannette is oprichter en partner bij Corpus Sanum. Hier lees je binnenkort meer informatie.
Reactie plaatsen

Dementie en de invloed van mijn gedrag

Dementie in Nederland neemt toe. Maar ook de problematiek en het gedrag van pg-cliënten veranderd. En dat leidt tot meer lastige situaties.  Soms dwingend, soms zelfs agressief. Gedrag waar zorgmedewerkers in toenemende mate moeilijk mee om lijken te kunnen gaan.


Waardoor ontstaat lastig en agressief gedrag bij dementie?

Verpleegkundigen en verzorgenden weten wat dementie is. En welk gedrag daarbij kan horen. En hoe ze daar op zouden kunnen reageren. Maar er zijn méér mensen betrokken bij het zorgproces. Denk aan huishoudelijk medewerkers, assistenten wonen, zorg en welzijn, de helpenden, vrijwilligers en zelfs familie. Ook de medewerker van de facilitaire dienst komt wel eens langs.


Velen van hen weten niet of onvoldoende wat dementie inhoudt. Laat staan dat ze weten hoe ze zouden kunnen reageren op gedrag van de cliënt. Maar ze zijn er wel én ze hebben met hun handelen invloed op die cliënt. Soms meer dan we denken.


Wat wij in de praktijk zien is er meestal vanuit de werkzaamheden wordt gedacht: Ik ga nu mijn taak uitvoeren (de zorg moet gedaan worden). Daarbij is er geen of weinig inzicht in het effect van die handeling op de cliënt.


Ook van medewerkers waarvan wél maatwerk mag worden verwacht, zien we dat dat soms ‘vergeten’ wordt. Een enkele keer omdat er toch onvoldoende kennis is. Maar vaker doordat die professional niet goed in staat is om die kennis om zetten in praktisch handelen. Ook een heersende teamcultuur kan adequaat handelen in de weg staan.


Hoe voorkom je lastig en agressief gedrag bij dementie?

Daar is geen allesomvattend antwoord op te geven. Wel begint het met kennis. Bij de verpleegkundige en de verzorgende. Maar ook bij de huishoudelijk medewerker, zorghulp, helpende en vrijwilliger. Zelfs bij die medewerker van het facilitair bedrijf.


Wat is dementie eigenlijk? Welk soort gedrag hoort hierbij en waardoor ontstaat dat? Hoe is de beleving van de cliënt? Wat gebeurt er allemaal in zijn of haar hoofd? Belangrijke vragen die een antwoord verdienen. Want door het vergroten van die kennis ontstaat er meer inzicht. En daardoor ontstaat er ruimte om beter te reageren op lastig of soms zelfs agressief gedrag van de ander. En zo de juiste dingen te doen of juist te laten.