arrow_drop_up arrow_drop_down

Fysieke belasting in de instellingkeuken

De rol van voeding in de zorg verandert. Denk aan de invloed op het herstelproces van patiënten (ziekenhuizen) en op gezond blijven van cliënten (V&V). Maar ook aan de invloed op het welbevinden. Processen veranderen. Wat betekent dat voor de fysieke belasting in de instellingskeuken?

Verschillende klanten betrekken me bij veranderingen rondom voedingsprocessen die soms grote gevolgen hebben. Keukenmedewerkers worden voedingsassistenten, ‘samen met cliënten eten’ wordt ‘serveren aan het buffet’. Ook het voedingsaanbod wordt groter. Vulde je als cliënt vroeger daags tevoren de bestellijst in. Nu krijg je een menukaart (inclusief leesbrilletje) en wordt je bestelling ter plaatse klaargemaakt.

Veranderende fysieke belasting

De fysieke belasting van medewerkers verandert. Denk aan meer en langere looproutes. Zo was ik onlangs bij een ziekenhuis waar het aantal voedingsrondes per dag van 10 naar 17 is gegaan. Dat betekent dat er 70% meer gelopen moet worden. Vaak neemt het aantal handelingen toe, en ook het cliëntencontact en de communicatie verandert. De grotere diversiteit geeft meer bewegingsafwisseling, dat is een feit. Helaas moeten ondersteunende diensten het werk vaak met minder mensen doen. Bij kleinschalig wonen ontstaan een soort grote huishoudens. Doordat ‘portioneren in de professionele keuken’ verandert in ‘boodschappen doen, koken en afwassen’. Ik signaleer dat medewerkers vermoeider zijn en vaker nek-, schouder- en polsklachten hebben.

Maatwerk oplossingen

Je staat er niet bij stil, maar dagelijks worden er heel veel drankjes ingeschonken. Koffie, thee, fris, melk enzovoort. De polsbelasting is daardoor hoog. Dat zou je kunnen verminderen door met twee handen te schenken. Of wat te denken van het rijden met voedingskarren en buffetwagens? De beste oplossing is een motor. Maar als die er niet op zit, kun je er in ieder geval voor zorgen dat je de beweging inzet met je hele lichaamsgewicht vanuit je benen.

In een restaurantomgeving spelen weer andere aspecten een rol. Zo kunnen rollators de werkruimte beperken en zo zorgen voor extra fysieke belasting.

Door met cliënten af te spreken dat de rollator tijdens het eten niet bij de tafel staat, maar langs de kant of in een speciaal vak, voorkom je dat. En als je vervolgens bij het afruimen een kaartje gebruikt, scheelt dat weer tillen en lopen.

Deel met elkaar

Dit zijn voorbeelden waarin medewerkers hun knelpunten samen zijn gaan bespreken. Wat voor de één een probleem was, was het voor de ander juist niet. Samen creëerden ze werkbare oplossingen. Mijn tip: deel met elkaar, leer van elkaar en zorg voor steun van de leidinggevende. Iedereen heeft er belang bij.

Een advies voor de leidinggevende

Zie fysieke belasting als essentieel onderdeel van het werkproces. Organiseer het onvoldoende en het zorgt voor (hoge) faalkosten. Denk aan verminderde arbeidsproductiviteit en inzetbaarheid, verzuim, vervangingskosten, procesverandering, vermindering van werkplezier et cetera.  Regel fysieke belasting goed en het draagt positief bij aan het resultaat (lees: minder faalkosten). Breng daarom bij (veranderingen in) de werkprocessen de fysieke belasting in kaart en weeg de resultaten mee in verder besluitvorming. Eenmaal ingevoerde veranderingen draai je niet meer zo snel terug. En geloof me, de faalkosten staan in geen verhouding tot de onderzoekskosten.

Over de schrijver
Jeannette is oprichter en partner bij Corpus Sanum. Hier lees je binnenkort meer informatie.
Reactie plaatsen

Dementie en de invloed van mijn gedrag

Dementie in Nederland neemt toe. Maar ook de problematiek en het gedrag van pg-cliënten veranderd. En dat leidt tot meer lastige situaties.  Soms dwingend, soms zelfs agressief. Gedrag waar zorgmedewerkers in toenemende mate moeilijk mee om lijken te kunnen gaan.


Waardoor ontstaat lastig en agressief gedrag bij dementie?

Verpleegkundigen en verzorgenden weten wat dementie is. En welk gedrag daarbij kan horen. En hoe ze daar op zouden kunnen reageren. Maar er zijn méér mensen betrokken bij het zorgproces. Denk aan huishoudelijk medewerkers, assistenten wonen, zorg en welzijn, de helpenden, vrijwilligers en zelfs familie. Ook de medewerker van de facilitaire dienst komt wel eens langs.


Velen van hen weten niet of onvoldoende wat dementie inhoudt. Laat staan dat ze weten hoe ze zouden kunnen reageren op gedrag van de cliënt. Maar ze zijn er wel én ze hebben met hun handelen invloed op die cliënt. Soms meer dan we denken.


Wat wij in de praktijk zien is er meestal vanuit de werkzaamheden wordt gedacht: Ik ga nu mijn taak uitvoeren (de zorg moet gedaan worden). Daarbij is er geen of weinig inzicht in het effect van die handeling op de cliënt.


Ook van medewerkers waarvan wél maatwerk mag worden verwacht, zien we dat dat soms ‘vergeten’ wordt. Een enkele keer omdat er toch onvoldoende kennis is. Maar vaker doordat die professional niet goed in staat is om die kennis om zetten in praktisch handelen. Ook een heersende teamcultuur kan adequaat handelen in de weg staan.


Hoe voorkom je lastig en agressief gedrag bij dementie?

Daar is geen allesomvattend antwoord op te geven. Wel begint het met kennis. Bij de verpleegkundige en de verzorgende. Maar ook bij de huishoudelijk medewerker, zorghulp, helpende en vrijwilliger. Zelfs bij die medewerker van het facilitair bedrijf.


Wat is dementie eigenlijk? Welk soort gedrag hoort hierbij en waardoor ontstaat dat? Hoe is de beleving van de cliënt? Wat gebeurt er allemaal in zijn of haar hoofd? Belangrijke vragen die een antwoord verdienen. Want door het vergroten van die kennis ontstaat er meer inzicht. En daardoor ontstaat er ruimte om beter te reageren op lastig of soms zelfs agressief gedrag van de ander. En zo de juiste dingen te doen of juist te laten.