Verboden woorden en agressie
3 min. leestijd

Verboden woorden en agressie

Kleine woorden met grote gevolgen in lastige gesprekken

In lastige of spannende situaties met cliënten, familie of bezoekers wil je graag professioneel én duidelijk blijven. Maar soms schiet je –vaak onbewust– woorden in die meer kwaad dan goed doen. Woorden die escalerend werken, omdat ze de ander niet aanspreken op gedrag, maar raken aan wie iemand is. Dat zijn de zogeheten verboden woorden. Kleine woorden met grote gevolgen. In dit blog lees je:

  1. wat verboden woorden zijn (niet te verwarren met stopzinnen).
  2. waarom ze escaleren.
  3. voorbeelden uit de praktijk.
  4. en wat er gebeurt als je ze wél of juist níet gebruikt.

Wat zijn verboden woorden?

Verboden woorden zijn woorden die eerder olie op het vuur gooien dan helpen om grenzen te stellen. Ze worden vaak gebruikt in situaties van lastig en dwingend gedrag. Ze generaliseren, veroordelen of raken aan iemands identiteit. Daardoor voelt iemand zich aangevallen, ook als jij dat niet zo bedoelde. Voorbeelden van verboden woorden zijn

verboden woorden en agressieHet zijn woorden die een oordeel in zich dragen. En precies dat maakt ze gevaarlijk.

Waarom escaleren verboden woorden?

Omdat ze niet gaan over gedrag, maar over identiteit. Als jij zegt: “Doe even normaal.” Dan hoor je misschien zelf: gedraag je even anders. Maar de ander hoort: jij bént niet normaal. En als iemand zich aangevallen voelt in wie hij is, gaat hij automatisch in de tegenaanval. Denk aan:

  • “Wat bedoel je, normaal? Vind je mij dan niet normaal?”
  • Altijd? Ik doe helemaal niet altijd zo!”
  • Jullie? Oh, dus jij weet hoe ‘wij’ zijn?”
  • Nederland? Wil je zeggen dat ik hier niet thuishoor?”

De ander reageert niet meer op jouw verzoek, maar op de belediging. Een paar voorbeelden:

voorbeelden verboden woorden

Verboden woorden leiden vrijwel altijd tot

  • Verdedigingsgedrag. De ander gaat jou corrigeren of terechtwijzen. Dat hoor je bijvoorbeeld: “Ik ben wél normaal!” of “Hoezo altijd?” of “Wat wil je daarmee zeggen?
  • Tegenaanvallen. Een bekend voorbeeld uit de politiek zie je hier. Iedereen is boos, niemand luistert nog.
  • Emotionele escalatie. De inhoud verdwijnt, de emotie neemt het over. Jij wilt grenzen stellen, maar je belandt in een strijd over waardigheid.
  • Verlies van regie. Je stond in de rol van professional, maar in één zin raak je die kwijt.

Maar wat als je ze níet gebruikt?

  • Je benoemt gedrag in plaats van identiteit. En dat maakt een wereld van verschil. Vergelijk “Doe normaal.” versus  “Meneer, ik wil niet dat u scheldt.” De tweede zin is concreet, feitelijk, neutraal en veel veiliger voor de ander om op te reageren.
  • Je blijft professioneel én stevig. Je zegt duidelijk wat jij wilt dat er stopt, zonder iemand als persoon af te wijzen.
  • De kans op een constructief gesprek stijgt enorm. Zeker als emoties al oplopen, geeft het benoemen van concreet gedrag rust, overzicht en richting.
  • Je voorkomt escalatie aan de voorkant. De ander hoeft zich niet te verdedigen. Hij hoeft alleen te reageren op het gedrag dat jij benoemt. Dat maakt het gesprek meteen veiliger.

Hier zijn een paar concrete alternatieven

Kies gedrag, geen oordeel. In plaats van:uitspraken verboden woorden

Verboden woorden vermijden is niet ‘soft’ — het is vakmanschap!

Het kost soms even oefening. Want in de hitte van het moment is “Doe even normaal” snel gezegd. Maar zodra je ziet wat het effect is op de ander (en op jouw regie) begrijp je waarom het loont om ze te vermijden. Probeer het gewoon eens en ervaar het zelf.

Door te kiezen voor woorden die gedrag raken in plaats van de persoon
vergroot je de kans op RUST, SAMENWERKING en RESPECT.

Verboden woorden kunnen stress veroorzaken. Ze hebben een relatie met Psycho Sociale Arbeidsbelasting.

Wil je dat jouw team dit ook onder de knie krijgt? Bel dan nu met 024-348 24 95 en wel denken met je mee.

Over de schrijver
Wat mijn manier van werken kenmerkt is het geven van rust en vertrouwen. Ik vind afstemmen op een ander belangrijk en begin dus met luisteren naar wat iemand vertelt, of laat zien.Mensen hoeven niet van A naar B. Liever meer naar A….In de praktijk komt dit neer op een vaardigheidstraining die misschien meer een houdingstraining is. Bij agressiehantering gaat het dan om waardigheid.Bij trainingen Opvang en nazorg gaat het dan niet om trauma maar om heling.Naast doelgroepen in de zorg en dienstverlening heb ik veel ervaring met geüniformeerde beroepen zoals politie en brandweer. In alle situaties ondersteun ik graag zowel de professional als ook zeker de mens daarbinnen.

Dementie en de invloed van mijn gedrag

Dementie in Nederland neemt toe. Maar ook de problematiek en het gedrag van pg-cliënten veranderd. En dat leidt tot meer lastige situaties.  Soms dwingend, soms zelfs agressief. Gedrag waar zorgmedewerkers in toenemende mate moeilijk mee om lijken te kunnen gaan.


Waardoor ontstaat lastig en agressief gedrag bij dementie?

Verpleegkundigen en verzorgenden weten wat dementie is. En welk gedrag daarbij kan horen. En hoe ze daar op zouden kunnen reageren. Maar er zijn méér mensen betrokken bij het zorgproces. Denk aan huishoudelijk medewerkers, assistenten wonen, zorg en welzijn, de helpenden, vrijwilligers en zelfs familie. Ook de medewerker van de facilitaire dienst komt wel eens langs.


Velen van hen weten niet of onvoldoende wat dementie inhoudt. Laat staan dat ze weten hoe ze zouden kunnen reageren op gedrag van de cliënt. Maar ze zijn er wel én ze hebben met hun handelen invloed op die cliënt. Soms meer dan we denken.


Wat wij in de praktijk zien is er meestal vanuit de werkzaamheden wordt gedacht: Ik ga nu mijn taak uitvoeren (de zorg moet gedaan worden). Daarbij is er geen of weinig inzicht in het effect van die handeling op de cliënt.


Ook van medewerkers waarvan wél maatwerk mag worden verwacht, zien we dat dat soms ‘vergeten’ wordt. Een enkele keer omdat er toch onvoldoende kennis is. Maar vaker doordat die professional niet goed in staat is om die kennis om zetten in praktisch handelen. Ook een heersende teamcultuur kan adequaat handelen in de weg staan.


Hoe voorkom je lastig en agressief gedrag bij dementie?

Daar is geen allesomvattend antwoord op te geven. Wel begint het met kennis. Bij de verpleegkundige en de verzorgende. Maar ook bij de huishoudelijk medewerker, zorghulp, helpende en vrijwilliger. Zelfs bij die medewerker van het facilitair bedrijf.


Wat is dementie eigenlijk? Welk soort gedrag hoort hierbij en waardoor ontstaat dat? Hoe is de beleving van de cliënt? Wat gebeurt er allemaal in zijn of haar hoofd? Belangrijke vragen die een antwoord verdienen. Want door het vergroten van die kennis ontstaat er meer inzicht. En daardoor ontstaat er ruimte om beter te reageren op lastig of soms zelfs agressief gedrag van de ander. En zo de juiste dingen te doen of juist te laten.